Henk Tjon

Henk Tjon ( 1948-2009) was een Surinaams toneelschrijver, toneeldocent, regisseur en acteur.

Tjon volgde in Nederland de regie-opleiding en was er enige jaren werkzaam als regisseur.

Tjon heeft zich verdiept in het Black Movement Theatre. In zijn werk speelde het zwarte bewustzijn een belangrijke rol. In 1969 speelde hij in het Amsterdamse Lido Theater de solovoorstelling Only white, met teksten van afro-Amerikaanse schrijvers als James Baldwin, Nicolas Guillén en Jacques le Noir.

In 1969 keerde Henk Tjon Tam Pau terug naar Suriname als Sticusa-regisseur (Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen). Samen met Sticusa-regisseurs Franklin Lafour en Hans Caprino zorgde hij voor een vernieuwing van het Surinaamse theater, waarbij zwart bewustzijn een belangrijk rol speelt. Hij had acht jaar in Nederland gewerkt, waar hij o.a. de regieopleiding volgde en twee jaar bij De Haagsche Comedie speelde (Veel leven om niets, 1969).

Samen met Thea Doelwijt richtte hij in 1973 het Doe-theater op, de eerste semi-professionele toneelgroep van Suriname. De naam is ontleend aan de zang- en dansspelen met satirische inslag die de tot slaaf gemaakten opvoerden, de du. Het Doe-theater maakte maatschappijkritische cabaret- en theatervoorstellingen. Ze gingen uit van totaaltoneel waarbij de grote culturele diversiteit in Suriname de voedingsbodem vormde voor het theaterspel. Alle stukken van het Doe-theater werden gespeeld in meerdere talen: Sranantongo, Nederlands en Engels, en zang, dans en muziek waren belangrijke onderdelen van de voorstellingen, waarin het Surinaamse zelfbewustzijn vaak centraal stond. Het gezelschap bezocht ook moeilijk begaanbare districten om een zo breed mogelijke groep mensen te bereiken.

Na de decembermoorden in Suriname in 1982 perkte het militaire regime de speelruimte van het Doe-theater steeds verder in, waarna het gezelschap uit elkaar viel. Net als vele andere leden van de groep vertrok Tjon naar Nederland.

In Amsterdam regisseerde hij samen met de Amerikaanse regisseur Rufus Collins diverse voorstellingen, waaronder de spraakmakende opera The Kingdom over de zwarte onafhankelijkheidsbeweging op Haïti, met veertig allochtone amateurs. Collins en Tjon gaven samen workshops in niet-westerse regie aan de Academie voor Expressie, Woord en Gebaar in Utrecht en aan de Arnhemse toneelschool.

In 1985 richtten ze samen het eerste professionele, multiculturele toneelgezelschap De Nieuw Amsterdam (DNA) op. Het uitgangspunt was om theater te maken dat eruit ziet als de Kalverstraat: kleurrijk en levendig. Dit gezelschap is baanbrekend geweest in de ontwikkeling van niet-westers theater en multiculturele theatermakers in Nederland.

Tjon keerde in 1989 definitief terug naar Suriname, waar hij als regisseur voortging op de door het Doe-theater ingeslagen weg. Hij experimenteerde met het rituele theater, gebruikmakend van verschillende cultuurelementen en talen. Zo maakte hij een voorstelling waar geen gesproken dialoog in voorkwam, de hele voorstelling bestond uit muziek, klanken, gebaren en bewegingen. In 1999 organiseerde Tjon de grootse muziektheatervoorstelling KoBoGo (Kom laten we gaan). Twee actuele thema’s die hij in de voorstelling verwerkte, waren het respect voor de afro-Surinaamse traditie en het belang van onderlinge samenhorigheid en de strijd voor ontwikkeling.

In de loop der jaren was Tjon zijn activiteiten steeds meer gaan verleggen naar het Caraïbisch gebied. Hij vond op Trinidad een vaste basis voor zijn theaterproducties en bracht, uitgaande van zijn interculturele benadering, ook stukken in Canada en de Verenigde Staten. Hij ontving voor zijn theateractiviteit verschillende onderscheidingen, onder meer de Francisco de Miranda-onderscheiding in Venezuela.

Hij was tevens een van de organisatoren van Carifesta, het grootste kunstfestival van de Caraïben, dat afwisselend in een ander land plaats vindt.